Blog – De ene koploper doet het beter dan de andere: SDG-implementatie in Nederland en België

Poldermodel maakt Nederland geschikter voor SDG-implementatie dan complexe Belgische staatsstructuur  

Het is nu ruim twee jaar gelden dat de Verenigde Naties de Agenda 2030 met de 17 Sustainable Development Goals (SDG’s) aannamen. Met deze doelen die gezet zijn voor 2030 probeert de VN landen te beïnvloeden om duurzamer en gelijker te ontwikkelen. Bovendien zijn deze doelen, meer nog dan hun voorgangers de Millennium Development Goals (MDG’s), gericht op overheden én bedrijvenEn op zowel ontwikkelingslanden als ontwikkelde landen. Sietse Blom schreef zijn masterthesis over hoe geschikt de Nederlandse en Belgische staatsstructuur en het beleidsvormingsproces zijn voor implementatie van deze SDG’s. Zijn focus lag hierbij op SDG12 ‘Responsible Consumption and Production’.  In dit artikel beschrijft hij voor de website van De Groene Zaak de belangrijkste uitkomsten van zijn onderzoek en de aanbevelingen voor de Nederlandse en Belgische nationale overheden op basis van interviews met beleidsexperts.   

Coalities en coördinatie zijn nodig 

De uitkomsten van dit onderzoek wijzen erop dat het betrekken van de private sector een belangrijke factor is voor implementatie. Dit zorgt er namelijk voor dat bedrijven helpen de beleidsdoelen van de SDG’s te halen door zelf bijvoorbeeld duurzaam in te kopen, een duurzaam afvalmanagement overnemen of hun CO2-uitstoot zo laag mogelijk proberen te houden. Door publiek-private samenwerkingen wordt het voor de overheid bovendien makkelijker om een bredere maatschappelijke invloed te hebben dan wanneer zij slechts zouden inzetten op ‘leading by example’. Nederland blinkt uit op dit gebied. Het zogeheten ‘poldermodel’, waar overheden met bedrijven en maatschappelijke organisaties samenwerken om consensus te vinden en beleid te implementeren, bevordert sterk de vertaling van doelen van internationale organisaties in concrete actie en beleid.   

De ene koploper doet het beter dan de andere 

België en Nederland blijken allebei koplopers op het gebied van de implementatie van de SDG’s. Alle internationale lijstjes zijn hierin eensgezind. Zo ranken België en Nederland respectievelijk 12e en 13e in een wereldwijde ranglijst van de Bertelsmann Stiftung en het Sustainable Development Solutions Network en stelt de OECD dat de uitgangspositie van beide landen ‘zeer goed’ is op de meeste SDG’s. 

Voor SDG12 is dit dan ook niet anders. Het twaalfde doel dat de VN heeft gesteld gaat over duurzame productie en consumptie. Hieronder vallen bijvoorbeeld hoe duurzaam het inkoopbeleid is van overheden, het beperken van voedselverspilling en het omgaan met afval. Op beleidsniveau vallen veel van deze onderwerpen bij de overheid onder het stimuleren van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Hoewel beide landen wereldwijd ook op dit gebied tot de koplopers behoren, presteert de Nederlandse overheid op SDG12 beter dan de Belgische. Uit het onderzoek bleken verschillende aspecten van de staatsstructuur van beide landen hieraan ten grondslag te liggen.  

Brede coalities versterken implementatie 

Allereerst versterkt samenwerking tussen overheden en het bedrijfsleven de implementatie, het poldermodel. Nederland geldt als het schoolvoorbeeld hiervan. Op een breed scala aan beleidsterreinen wordt de samenwerking gezocht met bedrijven. Ook beïnvloedt de overheid op effectieve wijze de private sector om productieketens te verduurzamen. Nederlands overheidsbeleid op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen blijkt dan ook toonaangevend wereldwijd en landen als Denemarken, Duitsland, maar ook Chili en Argentinië zijn geïnteresseerd in onze ‘multi-stakeholder approach’.  

Een andere factor die bijdraagt aan de Nederlandse implementatie van SDG12 is dat de nationale overheid betrokken is op bijna iedere aparte doelstelling van SDG12. Naast publiek-private samenwerkingen, wordt er namelijk veel tussen verschillende overheidsniveaus samengewerkt en wordt er veel gecoördineerd tussen de nationale en regionale overheden. Op deze manier worden vormen van beleid die goed werken gedeeld en is er helderheid wie waarvoor verantwoordelijkheid draagt.   

En hoe doen onze zuiderburen het?  

In België ligt dit anders. De Belgen kennen een erg complexe staatsstructuur met onduidelijkheid over welke bestuurslaag verantwoordelijk is voor welk aspect van SDG12. De federale staat is ingedeeld in drie Gewesten (Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest), die bijvoorbeeld alle drie over hun eigen internationale beleid wat betreft Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en afvalmanagement beslissen. Tevens kent België drie Gemeenschappen (een Vlaamse, een Franse en een Duitstalige Gemeenschap), die bijvoorbeeld over cultuur en (taal-)onderwijs beslissen. En uiteraard zijn er de provincies (tien stuks) en de gemeenten (589 stuks) – Nederland heeft er 388. Hieruit blijkt wel de institutionele complexiteit van België, waardoor samenwerkingsverbanden zoals in Nederland lastiger te organiseren zijn en ook de coördinatierol van de nationale overheid wordt bemoeilijkt.  

Factoren die implementatie versterken of verhinderen 

Naast de staatstructuur en het beleidsvormingsproces van beide landen is voor verschillende andere factoren onderzocht of deze de SDG-implementatie hinderen of deze juist versterken. Zo verschillen België en Nederland in de mate waarin burgers zich bewust zijn van het bestaan van de SDG’s. In België is dit 54 procent en in Nederland 61 procent, blijkt uit de Eurobarometer. Desondanks bleek dit niet per se van invloed op de implementatie. De invloed van regerende politieke partijen bleek omvangrijk. Rechtse partijen zijn überhaupt minder geneigd duurzame productie en consumptie via overheidswegen te stimuleren, wat SDG-implementatie niet ten goede komt. Waar in Nederland de sociaaldemocratische PvdA ondanks een coalitie met de liberale VVD er toch in is geslaagd om veel beleid op de doelstellingen van SDG12 erdoor te krijgen, was dit minder het geval voor de huidige rechts-georiënteerde regering in België onder Charles Michel. Daarbij komt dat nationalistische partijen zoals het Vlaams Belang nationale implementatie van de SDG’s kunnen tegenwerken vanuit het oogpunt zo de federale regering te ondermijnen. Al met al blijkt Nederland uit het onderzoek dus geschikter voor de implementatie van de Agenda 2030 dan België. Ook in ons land is echter nog genoeg te doen. Wat SDG12 betreft gaat het de goede kant op, maar op klimaatbeleid, duurzame energie en gendergelijkheid kan het beter.  

Wat adviseren beleidsexperts aan overheden en het bedrijfsleven? 

Experts adviseren het bedrijfsleven twee dingen. Allereerst om bestaande (duurzame) activiteiten te koppelen aan de beleidsdoelen (targets) van de SDG’s. Op deze manier is het voor overheden duidelijker wat er in de samenleving gebeurt op het gebied van implementatie, en met welke private spelers zij mogelijk willen samenwerken. Ook voor investeerders die duurzaamheid belangrijk vinden valt zo beter een afweging te maken welke bedrijf zij geschikt vinden. Doordat de SDG’s internationaal aan belang winnen, valt ook de vergelijking met bedrijven uit het buitenland beter te trekken. Een tweede advies is om te streven naar coalitievorming, met het maatschappelijke middenveld en met de nationale of lokale overheid. Zo kunnen bedrijven gebruik maken van de kennis en expertise die de overheid op het gebied van verduurzaming in huis heeft en worden overheden gesterkt in de implementatie van de duurzame ontwikkelingsdoelen. 

 

Heb je interesse om uitgebreider te lezen over de resultaten van dit onderzoek? Neem dan contact op met Sietse Blom via sietse-blom@hotmail.com of via LinkedIn.

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn